Natuur voor kinderen - lesidee voor natuuronderwijs op de basisschool Natuur voor kinderen - lesidee voor natuuronderwijs op de basisschool
bomen dieren planten mensen paddestoelen

 

bladluis regenworm koe mus
egel slak fuut koekoek
kikker spin ekster duif
lieveheersbeestje steekmug knobbelzwaan merel
mol veldmuis eend vogeleieren
pissebed mieren kievit vogeltrek

 

 

 


 

Bladluis

 

Bladluis

 

Hoe zien ze er uit?
Bladluizen zijn een halve tot zeven millimeter lang. Ze hebben een mond met een snavel, waarmee ze kunnen prikken en zuigen. In de onderlip zit een gleuf, waarin steekborstel zitten. Met deze steekborstels kunnen harde weefsels worden doorboord. Elk van de twee kaken heeft een holte, die niet met elkaar verbonden zijn. Het ene kanaal dient om lymfe (is een soort vloeistof) uit de planten te zuigen maar ook wordt dat kanaal gebruikt als een adempomp.
Het andere kanaal dient om speeksel in de plant te brengen. Als volwassen luis doen ze niets anders dan eten en zorgen voor meer luizen. Voor hun eigen verdediging kunnen ze niets anders doen dan hun wasafscheiding uit hun lichaam te spuiten. Dit is een glibberige en plakkerige suikerafscheiding via de twee buizen aan het achterlijf.  
 
Van kind naar volwassen luis
De luizen leggen eieren. De jonge luizen veranderen vaak van uiterlijk. In het eerste stadium veranderen ze 2 à 3 keer. Hierna komen ze in het nymfestadium met nog eens 3 tot 7 verwisselingen en dan zijn ze volwassen.Bladluizen hebben door hun veranderingen soms vleugels. In de lente brengen vleugelloze vrouwtjes, de stichtsters, andere vrouwtjes voort. Ze hebben wel of geen vleugels, maar dat ligt aan de voedsel die beschikbaar is en de weersomstandigheden. De bladluizen die kunnen vliegen, gebruiken luchtstroming om van de ene naar de andere plant te verhuizen. Daar worden dan weer nieuwe kolonies gesticht. Al die kolonies ontstaan zonder dat de vrouwtjes zijn bevrucht. Ook mieren verhuizen bladluizen naar andere planten.  
 
Verdediging
Aan de verdediging van de kolonies doen de luizen weinig. Dat wordt overgelaten aan hun gastheren, de mieren. Mieren gebruiken luizen als ‘koeien’; ze zuigen de zoete uitscheiding van de luis op. Die uitscheiding wordt honingdauw genoemd. Mieren prikkelen bladluizen door ze over het achterlijf te strelen. Omdat ze uitscheiding door de suiker zo lekker vinden, verdedigen ze hun bladluizenkolonie tegen ongewenste indringers van dezelfde soort. Soms worden bladluizen door de mieren van hun vleugels beroofd.Ook worden ze meegenomen in de mierenhoop om daar een kolonie bladluizen te stichten.
 
Een natuurlijke vijand van de luis is het lieveheersbeestje.