Natuur voor kinderen - lesidee voor natuuronderwijs op de basisschool Natuur voor kinderen - lesidee voor natuuronderwijs op de basisschool
bomen dieren planten mensen paddestoelen

 

bladluis regenworm koe mus
egel slak fuut koekoek
kikker spin ekster duif
lieveheersbeestje steekmug knobbelzwaan merel
mol veldmuis eend vogeleieren
pissebed mieren kievit vogeltrek

 

 

 


 

Untitled Document

 

Fuut

 

Futen zijn makkelijk te herkennen aan de roestrode halskraag. Het mannetje en het wijfje zien er hetzelfde uit. De fuut duikt onder water als hij op kleine vissen jaagt of lange afstanden aflegt. De poten zitten ver naar achteren en hierdoor kunnen futen snel onder water zwemmen. In de lente, zomer en vroege herfst tref je futen aan in sloten, meren en soms ook in stadsgrachten. In de winter kun je ze vinden in het IJsselmeer of aan de Noordzee. In het vroege voorjaar zijn ze weer terug in hun broedgebieden.
 
Broeden
Het futenpaar helpt elkaar met het bouwen van een drijvend nest van waterplanten tussen het riet of in water hangende takken. Daarna broeden de futenouders vier weken lang om beurten op hun eieren. Vlak nadat de eieren zijn uitgebroed, verlaten de vogels het nest. De gestreepte jongen reizen graag op de rug van hun ouders mee. Als de jongen op eigen houtje gaan zwemmen, bedelen ze voortdurend om eten. Na zes weken duiken ze zelf en nog eens vier weken later zijn ze zelfstandig.
 
Voedsel
Kleine vissen, waterinsecten en schaaldieren.